Laat FACT-teams een bijdrage leveren aan de zorg aan personen met verward gedrag

//Laat FACT-teams een bijdrage leveren aan de zorg aan personen met verward gedrag

Laat FACT-teams een bijdrage leveren aan de zorg aan personen met verward gedrag

Laat FACT-teams een bijdrage leveren aan de zorg aan personen met verward gedrag.

In Nederland zijn er inmiddels meer dan 400 FACT-teams. Wanneer je alle mensen met ernstig psychiatrische aandoeningen (EPA) door dit soort teams zou willen laten begeleiden moeten er nog eens 200-400 teams bij. Dat kost wat, maar het kan veel opleveren. En die kosten worden nu ook al deels gemaakt met andere zorgvormen. Met 600 teams zou een team beschikbaar zijn voor elke wijk of regio met 25.000 tot 40.000 inwoners. Een mooi streven in tijden dat 288 miljoen GGZ geld op de plank bleef liggen in 2016.

In regio’s waar FACT-teams werken zien we dat teams wisselend bijdragen aan de zorg voor mensen met verward gedrag. Soms is die bijdrage maar matig, soms juist optimaal. Het verschil tussen die twee ligt eraan of een team “optimaal” is bemenst en georganiseerd of dat er op het team is bezuinigd qua samenstelling en qua taken die men mag uitvoeren. Die bezuiniging hebben we in de crisisjaren van 2010 tot 2016 gezien. Teams die normaliter met 11,5 fte hulp leverden aan 200 cliënten, werden soms afgeknepen tot 9 fte (of minder) per 200. Dan zie je dat de zorg verschraalt en dat er voor netwerken in de wijk helemaal geen tijd meer is.

Maar laten we kijken naar optimaal georganiseerde teams. Dat soort teams zijn ook niet de unieke of algemene oplossing voor mensen met verward gedrag. Want die ene unieke oplossing is er niet. Ook gemeentelijke wijkteams, crisisdienst en IHT teams moeten daaraan bijdragen.

Maar optimale FACT-teams kunnen wel veel betekenen op twee aspecten: in zorg houden en in zorg krijgen. Wat betreft het in zorg houden spelen de FACT teams een grote rol: zij hebben een lange adem; ze kunnen op geleide van problemen de zorg intensiveren en weer afschalen. Daarbij leveren ze ‘bindende’ zorg (van attractieve zorg tot en met wettelijk verplichte GGZ). Het lage drop-out cijfer van FACT is een van de argumenten waarom andere landen dit model kiezen. Wanneer het lukt om mensen met EPA langere tijd in zorg te houden en te ondersteunen bij hun herstel doen we aan preventie van verward gedrag. Daarbij wordt de door het schakelteam geadviseerde crisiskaart ook al gebruikt..

De term ‘personen met verward gedrag’ is een containerbegrip. Naast psychiatrische patiënten zitten er in die container ook mensen met verslavingsproblematiek, LVB-problemen, ouderen-problematiek en maatschappelijke (schulden) problematiek of acute crises. De container met diverse probleemgebieden bemoeilijkt het in zorg krijgen van de hele groep. En daar lijkt FACT in de wijken een goede rol te kunnen spelen in samenwerking met andere professionals in de wijk. Ze kunnen op signalen van een gemeentelijk wijkteam of een buurtmeester of een huisarts doen aan casefinding en eerste triage; een FACT-werker kan samen met een buurtwerker betrokkene opzoeken en eerste inschatting maken; zo nodig kan de psychiater van het FACT team betrokkene bezoeken.

Uit de triage kan een advies volgen over toeleiding naar zorg (LVB, ouderen, gespecialiseerde GGZ, verslavingszorg, etc). Ook kan blijken dat gespecialiseerde triage & zorg nodig is inclusief risicotaxatie en veiligheidsmanagement. Dan kan het FACT-team een signaal afgeven naar crisisdienst/ spoedeisende hulp en/of veiligheidshuis.

Naast de toeleiding naar andere teams, zal het FACT-team een belangrijk deel van de betrokken personen zelf in zorg nemen. Ik schat dat 60 tot 80 % van de personen met verward gedrag in eerste instantie goed bij FACT terecht kunnen voor eerste diagnostiek en pogen te komen tot samenwerking en een behandelplan. Een groot deel van hen kan gaandeweg formeel geïndiceerd worden voor FACT. Anderen kunnen in tweede instantie naar andere zorg worden verwezen.

Dit soort activiteiten vergt wel bekostiging van (nog) niet geïndiceerde zorg en bemoeizorg zonder financiële drempels voor de cliënt. In grote steden kan extra worden ingezet op ervaringsdeskundigen, die ook ‘streetwise’ zijn en de taal van zorgmijders spreken.

Als deze aanpak aanspreekt moeten we een paar stappen gaan zetten

  • Organiseer een voldoende dekking van 600 – 800 FACT-teams, uitgaande van zo’n 160.000 mensen met EPA die behoefte hebben aan       integrale, langdurige, outreachende herstel ondersteunende zorg gericht op inclusie.
  • Zorg dat deze teams de middelen krijgen (11,5 fte per 200 patiënten) waarmee zij als ‘optimaal’ team kunnen functioneren, inclusief ervaringsdeskundigheid, verslavingsdeskundigheid, arbeidstoeleiding en samenwerking met familie en buurt.
  • Eis van ‘optimale’ teams een service- en samenwerkings-gerichte opstelling naar naastbetrokkenen en ketenpartners en bijvoorbeeld sociale wijkteams. Zorg dat deze taken als kerntaak gezien en bekostigd worden. Daarbij behoort dan laagdrempelige triage en eventuele zorgtoeleiding samen met partners rond de patiënt.
  • Stimuleer de crisiskaart als onderdeel van behandelplan, signaleringsplan en -waar nodig- risicomanagement en terugval preventie.

Remmers van Veldhuizen

By |2018-07-10T16:14:12+00:00Juli 10th, 2018|FACT-FACTS|0 Comments

Leave A Comment

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.